Grootte lettertype

  • A  A  A  

Wandelen rond Reindersmeer 17 oktober 2107

29 oktober 2017
Wandelen rond Reindersmeer 17 oktober 2107

Reindersmeer

 

Op dinsdag 17 oktober 2017 rijden voor 13.30 uur diverse auto’s de parkeerplaats op van het Bezoekerscentrum Maasduinen en de bosbrasserie  ”In de Sluis” te Well. In totaal hebben 36 personen van de KBO H. Hart uit Tegelen interesse in een wandeling/excursie bij het Reindersmeer. Het is enigszins bewolkt en ongeveer 18°C. De bewolking zou te maken hebben met de verwoestende bosbranden in Portugal en Spanje. Het is voor mij de vierde keer dat ik hen mag rondleiden.

In 1971 werd begonnen met het afgraven van vul- en metselzand in de Bergerheide, daardoor ontstond het Reindersmeer, 130 ha groot en tot 45 meter diep. Het Reindersmeer behoort tot het Nationaal Park De Maasduinen met de grootste gordel aan rivierduinen, circa 4500 ha groot, 20 km lang en 3 km breed. De grootste eigenaar is Limburgs Landschap.

Het is een opgewekte, vrolijke groep, na een kort welkomstwoord deel ik de aanwezigen mee dat ik hen ga testen op hun IQ. Ik heb namelijk vragen gemaakt en de eerste letter van het goede antwoord moet men onthouden, om het nog wat ingewikkelder te maken staan de letters door elkaar. Een mevrouw heeft een zwartkleurig diertje in haar tuin, ze beschikt ook over een vijver, het diertje heeft een oranjekleurige- en ongestippelde buik. Ik denk dat het de Alpenwatersalamander is. Ik wandel richting sluis, in de wanden uitsparingen waar schepen vastgemaakt konden worden. Via een gegalvaniseerd ponton steken we de sluis over. Tegen de binnenzijde van de sluis in twee talen de mededeling dat tussen 1971 en 2001 hier 22.500 schepen de sluis gepasseerd zijn met zand en grind. Vanaf het ponton in de sluisbak heb je een fraai gezicht op het milieuvriendelijke gebouw met een begroeid dak. Aan de andere kant hebben we zicht op het amfitheater met houten palen waarin Roel van Wijlick diverse kunstige sculpturen heeft gezaagd. Er staat ook een bijenhotel, we wandelen langs een waterpomp en steken het Reindersmeer over via een brug. We wandelen langs de Boskoel, een speelbos waar de jeugd zich kan vermaken. We zien paddenstoelen, bij de bekendste blijven we even stilstaan, een rode met witte stippen, het is de Vliegenzwam. Om vliegen te verdelgen brak men de hoed in stukken en dompelde ze vervolgens in melk. We zien zowel zwarte- als grove dennen, de stam van de zwarte den is geheel zwart/grijzig van kleur, die van de grove den is duidelijk tweekleurig. We horen het gekek van de grote bonte specht. Wolfspoot, lijkt wel iets op brandnetel, wordt even bekeken, de bladeren staan kruisgewijs en hebben een vierkante stengel. We genieten van de kleurenpracht met name van de Amerikaanse eik. De groene bladkleurstof chlorofyl overheerst in een blad, voordat het blad afsterft zal deze kleurstof uit het blad terug getrokken worden en in de takken worden opgeslagen. Het blad beschikt ook over andere pigmenten, maar deze worden pas zichtbaar als chlorofyl is verdwenen. Het geelbloeiende Bezemkruiskruid krijgt aandacht, het ook geel bloeiende Jacobskruiskruid kan fataal zijn voor onder meer paarden. Op het Reindersmeer liggen grauwe ganzen. We komen bij het 100 meter lange trekpontje. Dit pontje werd op 27-06-2001 aangeboden door de Centrale Industriezand Voorziening B.V. en haar aandeelhouders aan de gemeente Bergen ter gelegenheid van de heroverdracht van het beheer over het Reindersmeer aan de gemeente. In de buurt een roestvrijstalen kunstwerk in de vorm van 3 losstaande delen, info ontbreekt omdat dat vernield is. Omdat we met zon grote groep zijn, gaan we in vier keer over. Iemand heeft het al over ‘bootvluchtelingen”. Bij de eerste oversteek schrikken de “opvarenden” zich een hoedje, meer dan 8 personen in het trekpontje, het pontje blijft achter een stootblok vastzitten en schiet dan plotseling los, de oversteek gaat verder probleemloos. Omdat er veel stenen aan de oeverkant liggen, proberen kinderen en ikzelf ook, de stenen over het water te laten stuiteren, ik kom maar tot 3 keer. Een kindje komt met de vingers tussen de kabel en de katrol, water uit het Reindersmeer zorgt voor verzachting. Een mevrouw toont dat zij volledig is uitgerust om de overgang te wagen, zij beschikt namelijk over een “zwembandje”.

Als we allen aan de overkant zijn, worden we geconfronteerd met rul zand, het tempo komt daardoor wat lager te liggen en het feit van de wachttijd bij het trekpontje, daardoor kunnen we de route binnen twee uur zeker niet afleggen. Met de door mij opgestelde vragen hebben de mensen totaal geen probleem. We genieten van fraaie uitzichten, de kleur van het water is azuurblauw. Er is ook veel grind te zien, de Rijn heeft hier dat grind afgezet. Door het rulle zand “kruipt” de zandzegge, het buntgras heeft een blauwgrijze kleur, beide soorten kunnen zandverstuivingen bedwingen. Een gedicht over een vlinder draag ik voor. Op de Meinweg heb ik de mensen een larve van de mierenleeuw laten zien, nu toon ik hen een enkel vleugeltje van de gevlekte mierenleeuw die ik hier bij het voorwandelen gevonden heb. We zien een oud knaagspoor van de bever aan een ratelpopulier, maar ook wel verse. Bevers van kasteel Nieuwenbroeck te Beesel werden hier uitgezet. In de buurt van een dode, liggende boom groeien karmozijnbessen. Deze hoog groeiende exoot beschikt over een rood aangelopen stengel, vogels eten graag de rijpe, zwarte bessen. De zaden, de onrijpe (groene) bessen en wortels zijn giftig. De natuurlijke kleurstof wordt gebruikt voor o.a. verven van wol, limonades, conserven en vlees. Een aarvormig takje zonder bessen, dat er zeer decoratief uitziet, wordt door een mevrouw meegenomen. We zien uitgebloeide koningskaarsen of stalkaarsen, beide soorten bloeien geel. Uitgebloeide exemplaren werden of worden in teer gedompeld en kunnen dan dienen als toorts of fakkel. We naderen langzamerhand het eindpunt. Op het Reindersmeer een eenzame kuifeend. Langs de rand van het Reindersmeer een “ketting” van eilandjes, op het meer zelf hadden ook wel eilandjes mogen liggen als rust- en broedplek voor diverse vogels. We horen “getik” en de zang van het roodborstje. Op een verhoging zie ik de eikvaren, een lang niet algemene soort, op een andere plek rozetten van het vingerhoedskruid. Op mijn vraag hoe het zit met het onbekende woord dat ik zoek, wordt aarzelend gereageerd. Ze willen de eerste letters, dan is de oplossing snel gevonden; ouderenbond. Diverse personen beginnen te zingen terwijl ze nog een bergje moeten bedwingen. Ik zie rankende helmbloemen, maar blijf er niet bij stilstaan. Weer een deel van een liedje “We zijn er bijna, doch nog niet helemaal”, houten speeltoestellen laten we ongemoeid. Rond 16.10 uur wandelen we de bosbrasserie “In de Sluis” binnen, we hebben ongeveer 4 km afgelegd. Schoteltjes met daarop heerlijke Limburgse vlaai wachten reeds op ons, alleen nog de koffie en thee inschenken. Het plafond van de brasserie is versierd met “wolken”; een cumuluswolk is een scherp afgelijnde wolk, verder een rolwolk en nog een cirrostratuswolk dit is een soort transparante deken waaruit geen neerslag valt. Na de vlaai, koffie, thee, bier of fris een groepsfoto, het einde van Reindersmeer. Ik was graag uw gids.

Suggesties voor de wandeling voor volgend jaar kunnen ingediend worden bij uw voorzitter.

 

Leo Koster.